Cordula Wagner: “Voor slagen Tijd voor Verbinding is steun van bestuurders en beleidsmakers onmisbaar”

21 maart 2022

De uitkomsten van de recent verschenen vijfde Monitor Zorggerelateerde Schade stemmen niet echt tevreden. De potentieel vermijdbare zorgschade en de potentieel vermijdbare sterfte zijn gelijk gebleven ten opzichte van de vierde Monitor. Ondanks alle inspanningen is het niet gelukt om een daling te realiseren. Het goede nieuws is dat er ondanks het complexer worden van de patiënten geen stijging is opgetreden. De vijfde Monitor komt met aanbevelingen die wel tot een daling van de potentieel vermijdbare zorgschade en sterfte moeten leiden.

Door Rinke van den Brink

Hoofdonderzoeker Cordula Wagner, directeur van het onderzoeksinstituut Nivel en hoogleraar patiëntveiligheid aan de VU, heeft een enigszins dubbel gevoel bij de onderzoeksresultaten. “Je ziet een stabilisering ten opzichte van de vorige monitor die zelf al een vergelijkbare uitkomst had als de derde Monitor. Het is niet gestegen, dat is mooi, maar je wilt natuurlijk een daling. Zeker vanuit het perspectief van patiënten is het teleurstellend dat die er niet gekomen is.”

Het is niet dat ziekenhuizen er niet aan gewerkt hebben, ook al was er geen groot landelijk veiligheidsprogramma zoals het VMS Veiligheidsprogramma dat van 2008 tot 2013 in alle Nederlandse ziekenhuizen liep. “Maar het toont wel aan dat het belangrijk is om weer met zo’n programma te komen”, zegt Wagner. “Het was toch heel bijzonder dat het VMS-programma zo’n reductie teweeg heeft weten te brengen van potentieel vermijdbare schade en sterfte. Je kan zeggen dat was misschien het laaghangend fruit, maar het is wel gebeurd. En het is op dat niveau gebleven, er is geen stijging meer geweest. Maar ja, duizend blijft een aanzienlijk aantal, al is dat getal niet helemaal zwart-wit. De vraag blijft in welke mate die duizend overlijdens echt te voorkomen waren. Elk potentieel vermijdbaar sterfgeval blijft er één teveel, maar het zal zeker nooit nul worden.”

Jaarlijks overlijden zo’n 33.000 patiënten in Nederlandse ziekenhuizen. Van al die overleden patiënten had in het peiljaar 2019 van deze vijfde Monitor 14,6 procent te maken met zorggerelateerde schade. Dat is een stijging van bijna vijftig procent ten opzichte van de vorige onderzoeksperiode in 2015/2016. Bij 4,2 procent van die overleden patiënten trad tijdens hun opname potentieel vermijdbare schade op. In 3,1 procent van deze overlijdens – 1.018 sterfgevallen – ging het om potentieel vermijdbare sterfte. Zowel de potentieel vermijdbare schade als de potentieel vermijdbare sterfte bleven op hetzelfde niveau als in de vierde Monitor. Voor deze vijfde Monitor zijn de dossiers van zo’n drieduizend overleden patiënten uit twintig ziekenhuizen onderzocht.


De aanzienlijke toename van de zorggerelateerde schade bij in het ziekenhuis overleden patiënten heeft volgens Wagner verschillende oorzaken. De patiënten zijn ten opzichte van de vorige meting nog iets complexer geworden door een combinatie van aandoeningen (multi-morbiditeit). Daardoor belandden ze ook vaker op de IC en de medium-care. De mediane leeftijd van de in het ziekenhuis overleden patiënten is met 78 jaar gelijk gebleven. Net als bij de vorige Monitor ging het negen van de tien keer om een ongeplande opname. Vier op de vijf patiënten hebben verschillende andere aandoeningen dan waarvoor ze opgenomen worden. Gemiddeld zijn drie verschillende medisch specialismen betrokken. De patiënten gebruiken gemiddeld tussen de vier en acht verschillende hoog risico medicijnen.

“Op zichzelf hoeven deze factoren niet tot hogere sterfte in de ziekenhuizen te leiden”, stelt Wagner. “Als je vaker de afweging aan de voorkant maakt of een opname en een behandeling zinvol zijn en welke risico’s er eventueel aan verbonden zijn en dus welke al dan niet zorggerelateerde schade zou kunnen optreden, dan beïnvloedt dat ook het sterftecijfer in het ziekenhuis. De vraag is of zulke afwegingen en de bijbehorende gesprekken met patiënten en hun naasten nu vaak genoeg gebeuren, zeker als je bedenkt dat 89 procent van de opnames niet gepland was.”

Ook deze vijfde Monitor doet aanbevelingen om te komen tot een vermindering van potentieel vermijdbare sterfte en schade en van zorggerelateerde schade in het algemeen. Daarin krijgt het landelijke veiligheidsprogramma Tijd voor Verbinding – waarin ziekenhuizen, medisch specialisten, verpleegkundigen en de patiënten federatie samenwerken – een belangrijke rol.

In 2020, middenin de coronatijd dus, is Tijd voor Verbinding van start gegaan met als expliciete doelen het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid in de medisch specialistische zorg, met specifieke focus op de thema’s antistollingszorg, kwetsbare ouderen en het multidisciplinaire gesprek. Hierin is de aanpak voornamelijk:

  • Het verzamelen en zo breed mogelijk verspreiden van inspirerende voorbeelden.
  • Het bouwen en bijdragen aan verbinding tussen nieuwe en bestaande netwerken rond patiëntveiligheid.
  • Het adviseren en begeleiden van professionals en instellingen bij verbeterinitiatieven rondom kwaliteit en veiligheid in de medisch specialistische zorg.


De signaleringsfunctie van verpleegkundigen bij het verslechteren van de toestand van patiënten moet volgens Wagner en haar collega-onderzoekers versterkt worden. “Dat betekent dat hun kennis vergroot moet worden, dat je moet bepalen wie wel en wie niet zo’n signaleringsrol hebben. En je moet ervoor zorgen dat naar die signalen van verpleegkundigen geluisterd wordt.” Verder is het zaak dat medisch specialisten veel meer gebruik gaan maken van de beschikbare kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen en hun kennis meer gaan uitwisselen. “Binnen vakgroepen en maatschappen, maar ook tussen verschillende specialismen. Doe het samen”, zegt Wagner, “er zijn immers bijna altijd meer specialismen bij één patiënt betrokken.”  De derde belangrijke aanbeveling die Wagner cum suis doet betreft het multidisciplinair gesprek van zorgverleners. Het multidisciplinair gesprek is volgens de onderzoekers cruciaal om tot verbeteringen van de patiëntveiligheid en de kwaliteit van zorg te komen. Die multidisciplinaire gesprekken zijn de plek waar op vaste momenten de patiëntenzorg geëvalueerd kan worden en waar reflectie kan plaatsvinden op wat goed gegaan is en wat beter kan en moet. “De bestuurders moeten faciliteren dat er multidisciplinaire overleggen plaats kunnen vinden”, zegt Wagner. “Onder de huidige omstandigheden van personeelstekorten is dat niet eenvoudig. Hoe kun je dat toch organiseren? We hebben gekeken naar aanbevelingen die, de ziekenhuizen kennende, kans van slagen hebben. Het multidisciplinair gesprek kan op elk terrein ingezet worden. Het kan over het inzetten van medische technologie gaan, over value based health care, maar dus ook om rustig de afgelopen week te evalueren. Wat is naar verwachting verlopen, wat ging beter dan gedacht en wat juist minder goed. Het moet over de reguliere dagelijkse zorg gaan, inclusief de incidenten die zich daarbij voordoen, maar daarin ook reflecteren op de dagelijkse praktijk.”

Tijd voor Verbinding kan daarbij een belangrijke rol spelen, denkt Wagner. “De organisaties die deelnemen in Tijd voor Verbinding hebben samen al ambities geformuleerd en thema’s benoemd die goed aansluiten bij onze aanbevelingen. Mijn grootste zorg nu is dat het programma blijft hangen bij de goede voorbeelden van de voorlopers. Om dat te voorkomen is de steun van bestuurders en beleidsmakers echt onmisbaar.”

Dit interview maakt onderdeel uit van een reeks waarin de mogelijkheden voor het verder verbeteren van patiëntveiligheid worden besproken door de ogen van een patiënt, verpleegkundige, medisch specialist, bestuurder en onderzoeker.

Toestemming plaatsen cookies

Deze website maakt gebruik van functionele, statistische en social media & overige cookies. Als u wilt aanpassen welke cookies en scripts gebruikt mogen worden, kunt u hieronder uw instellingen wijzigen.

Meer informatie is beschikbaar in de privacy- en cookiestatement.